VERSLAG 2e MEETING NETWERK KIND EN TRANSFUSIE
Op woensdag 1 februari 2023 was er de 2e meeting van het Netwerk Kind en Transfusie. Waar in 2022 e arts-onderzoekers hun werk en expertise lieten zien door middel van korte pitches, was er deze keer een podium voor fundamenteel onderzoekers binnen Sanquin. De centrale vraag was steeds: “wat kan mijn onderzoek brengen voor Kind en Transfusie?”
Rick Kapur gaf de aftrap. In 20 minuten legde hij wat de rol van HLA-antistoffen is bij trombocytenrefractairiteit. En vooral ook wat er hier nog niet van bekend is: waarom zijn niet alle patiënten met HLA-antistoffen refractair voor trombocytentransfusies? En welke immunologisch mechanismes zitten hier nu achter? Is het probleem op te lossen met HLA of ook epitoop-gematchte trombocyten? Voor het Netwerk kwamen 2 vragen naar voren: 1) waarom is er maar 1 publicatie die in retrospect heeft gekeken naar trombocytenrefractairiteit bij kinderen? Hoe vaak zou dat nu voorkomen bij bijv. kinderen met kanker? En 2) is de cci bij kleine kinderen wel bruikbaar als je lichaamsoppervlakte als eenheid gebruikt? Het verdelingsvolume is immers heel anders bij kinderen.
Daarna nam Masja de Haas het over. Zij liet een mooi overzicht zien van de ontwikkeling van hemato-immunologie als eigen onderzoeksgebied door de tijd heen. Beginnend bij Els Borst tot de meest recente PhD’s. Zij liet zien dat m.n. op het gebied van foetale-maternale antistofproblemen veel stappen zijn gezet de laatste jaren, in samenwerking met het LUMC en het RIVM is de zorg steeds gespecialiseerder geworden. Netwerk vraag hier is, waarom dit nog niet zo ontwikkelt is voor aandoeningen als ITP en AIHA. Een van de ideeën als antwoord, was om vaker aan te sluiten bij initiatieven in de volwassenzorg (bv DRAIHA en ITP-database).
In de pitches namen Arjan Hoogendijk en Thomas Klei het op tegen de tijd: hoe vertel je alles wat je doet in 10 minuten? Maar ze gaven beiden een mooi betoog! Arjan over de rol van proteomics in congenitale trombocytproblemen en vanuit daar werd de brug gemaakt naar nu lopend onderzoek (Eva Smit en Suzanne Gunnik) naar neonatale trombocyten en plasmaprofielen, als ook naar de mogelijkheid om te testen of er rondom transfusies structurele wijzigingen gezien zouden kunnen worden. Thomas ging verder binnen de neonatale transfusie-geneeskunde en legde uit dat er momenteel getest wordt of het in de toekomst mogelijk wordt om navelstrengbloed van gezonde baby’s te gaan gebruiken als bloedtransfusies voor extreem prematuren. Juist in deze groep baby’s is er onduidelijkheid of het geven van volwassen bloed wel de beste bron van transfusie is. Zover blijken baby-bloedcellen nogal wispelturig en is er nog werk nodig om een stabiel product te verkrijgen. Een uitdaging die Thomas heeft aangenomen.
Hierna kwam Emile van den Akker aan het woord, die ons meenam naar de wondere wereld van de megakaryocyt, die vanuit perifeer gewonnen kernhoudende cellen wordt opgekweekt in bakjes. Met als doel om meer kennis te krijgen over de megakaryopoiese maar ook om veel kweek-bloedplaatjes te kunnen maken in de toekomst. Ondanks dat dit ook meer foetale bloedplaatjes zijn, lijkt deze ontwikkeling nog wat tijd nodig te hebben.
Als laatste vertelde Robin van Bruggen over ghost cells en rode bloedcel vesikels. Deze Casper de spookcellen gedragen zich gelukkig vriendelijk en onschuldig, maar de vraag is wat ze doen en waar ze vandaag komen als er wel een milt is die in principe deze spookcellen gewoon had moeten verwijderen. De brug naar het netwerk werd gelegd voor onderzoek naar de rol van bijvoorbeeld mechanische schade door hartlongmachines als verklaring. En zou het aantonen van spookcellen of vesikels rondom transfusies bij hartenkinderen kunnen bijdragen aan de vraag of verse of oude eenheden rode bloedcellen nu beter zijn?
Kortom, wederom een enerverende meeting! En nog veel werk te doen voor Kind en Transfusie …